Hoe een pinguïn de volwassenheid van de beeldcultuur inluidt

Deze column  van Marjolein Pijnappels, oprichter en een van de kennisregisseurs van Studio Lakmoes, is eerder verschenen in Tekstblad, tijdschrift voor tekst en communicatie.

De eerste keer dat iemand mij vroeg een lezing te geven over De Beeldcultuur en hoe die onze manier van communiceren heeft veranderd moest ik even slikken. Ik denk dat ik de memo heb gemist dat onze samenleving ineens een Beeldcultuur is geworden. Ik dacht dat we al vanaf de prehistorie in een beeldcultuur leven, getuige de rotschilderingen en later hiëroglyfen, beschilderde kommetjes en familiegeschiedenissen op de wanden van paleizen. Beeldcultuur wordt gebrand als nieuwe communicatietrend maar was er altijd al, het was alleen onderbelicht als het ging om serieuze kennisuitwisseling. Met de komst van infographics en datavisualisaties is er wel iets veranderd in de beeldcultuur. De cultuur is  volwassen aan het worden. Beeld zit niet langer gezellig aan de kiddy table, maar krijgt een serieuze rol in de serieuze (kennis)communicatie. Zoals in het voorbeeld van de meest bijzondere wiskundeleraar die ik ken.

Wiskunde leren zonder woorden

In Amerika is er een digitale pinguïn die kinderen wiskunde leert. Hij doet dit zo goed, dat de pinguïn nu op  tientallen scholen in het hele land wordt gebruikt. Leerlingen scoren niet alleen hoger, ze hebben ook meer plezier in het leren. De pinguïn vertegenwoordigt een 100% non-verbale lesmethode, bedacht door onderzoekers van de University of California. Het lijkt waanzinnig om zonder woorden en teksten een kind wiskunde aan te leren, en is op zijn minst baanbrekend.

Math doesn't have to be difficult

 

Betrokken leraren op Amerikaanse scholen merkten dat een deel van de leerlingen moeite had met wiskunde. Dyslectische kinderen die volgens hun leraren de wiskundige concepten wel begrepen, maar op nationale tests laag scoorden omdat ze moeite hadden met de tekstuele toelichting. Ook immigrantenkinderen die de Engelse taal nog niet helemaal machtig waren scoorden lager dan hun werkelijke niveau. Met deze kinderen in het achterhoofd ontwikkelden onderzoekers ST Math, een game-achtige leeromgeving waarin pinguïn JiJi de hoofdrol heeft. Hij laat letterlijk zien hoe breuken en staartdelingen werken. Leerlingen die de oefeningen doen, leren abstract en innovatief denken om problemen op te lossen zonder dat daar ook maar een enkel woord of tekstuele toelichting bij komt kijken. 

De intuïtieve methode gebruikt de (aangeboren) vaardigheid van mensen om te redeneren in ruimte en tijd (spatial-temporal reasoning). Met andere woorden: het gebruik van visuele beelden achter elkaar om problemen te doorgronden en een oplossing daarvoor te beredeneren. Niet alleen kinderen met leesproblemen scoorden na gebruik van de methode hoger op de nationale tests, vrijwel álle leerlingen scoorden beter. En niet alleen qua cijfers, maar ook qua inzet en motivatie. Daarmee luidt JiJi de pinguïn het startsein in van een volwassen beeldcultuur waarin beeld serieus wordt genomen.

Het plaatje voorbij: de beeldcultuur is volwassen geworden

In een volwassen beeldcultuur wordt beeld serieus genomen en bewust en effectief ingezet als  informatiedragend medium. Discussies rondom de beeldcultuur gaan vaak over de vervlakking van informatievoorziening als we tekst vervangen door beelden. Mensen spreken van een ‘overname’ van tekst door beeld en het verdwijnen van diepgang en nuance. Beelden kunnen misleiden en emoties overdragen, waar tekst objectief en genuanceerd kunnen zijn - is het idee. Helaas is deze angst niet ongegrond. Met beeld kun je inderdaad misleiden, en liegen - net als met tekst overigens. Maar een beeld is veel krachtiger, dringt zich directer en dieper in je brein binnen en kun je moeilijker van je afschudden. ‘What has been seen, can’t be unseen’, geldt in sterkere mate voor beeld dan voor tekst. Maar de kritiek dat beelden per definitie oppervlakkiger zijn dan tekst is ongegrond en ligt niet aan de intrinsieke eigenschappen van beeld op zich. Het zit hem veel meer in het feit dat complexere visualisaties niet begrepen worden door een samenleving die niet is getraind in visuele geletterdheid, waardoor we niet het volle potentieel van beeld kunnen gebruiken om informatie te ontsluiten. Als we van jongs af aan onszelf net zo trainen in het begrijpen, analyseren en creëren van beelden als in het leren lezen en schrijven, kunnen we complexere visualisaties gebruiken om begrippen uit te leggen.

Bol.com verkoopt tegenwoordig diverse boeken over infographics

Bol.com verkoopt tegenwoordig diverse boeken over infographics

De populariteit van infographics laat een (her)waardering zien van het beeld als een krachtige drager van informatie.

Visuele geletterdheid als voorwaarde

Visuele geletterdheid is de vaardigheid om grafisch te kijken, begrijpen, denken, creëren en communiceren. Het aanleren van die vaardigheid kost - net als lezen en schrijven - moeite en energie. Zolang het ontwikkelen van visuele geletterdheid geen onderdeel uitmaakt van het curriculum op basisscholen en voortgezet onderwijs blijft het potentieel van beeldgebruik  in communicatie en kennisuitwisseling grotendeels onbenut. Als een groot deel van de samenleving complexe datavisualisaties niet kan interpreteren, kunnen we ook niet op dat niveau met beeld over dergelijke informatie communiceren. In onze dagelijkse praktijk als bureau voor kennisvisualisatie komen we dat vaak tegen: je kiest voor een eenvoudige taartdiagram in plaats van een box plot, omdat mensen dat niet kunnen begrijpen. 

Visuele geletterdheid net zo belangrijk als lezen en schrijven

Visuele geletterdheid net zo belangrijk als lezen en schrijven

Waar elke Nederlander een relatief complexe tekst moet kunnen begrijpen, verwachten we niet hetzelfde als het gaat om beelden en komen mensen daar nog weg met een basisniveau. Dit zorgt voor een vicieuze cirkel: als mensen geen complexe beelden begrijpen, ontwikkelen we geen complexe visualisaties om informatie te delen. En zolang we geen complexere visualisaties ontwikkelen, zullen mensen niet de urgentie voelen om visuele geletterdheid te ontwikkelen. Misschien moeten de Nederlandse scholen naast Nederlands, Engels, Frans, Duits en programmeren ook beeldtaal verplicht in het curriculum opnemen. Als we  met eenvoudige pinguinanimaties jonge kinderen wiskunde kunnen leren, wat zouden we een visueel geletterde volwassene dan wel niet allemaal kunnen bijbrengen met behulp van beeld?